De praktijk van landelijk wonen in de Achterhoek
In gesprek met Bert Lebbink van Van Zeeburg Luimes en Lebbink Makelaars

Wat betekent landelijk wonen in de Achterhoek in de dagelijkse praktijk? Bert Lebbink van Van Zeeburg Luimes en Lebbink Makelaars vertelt over het buitengebied waarin hij werkt, de verschillende landschappen, de mensen die er wonen en de afwegingen die hier komen kijken bij de aan- en verkoop van landelijke woningen en erven.
Bert Lebbink rijdt veel door het buitengebied van de Achterhoek. Over smalle wegen, langs verspreid liggende boerderijen en erven, midden in een landschap dat per plek verschilt. In dat buitengebied werkt Bert Lebbink als makelaar bij Van Zeeburg Luimes en Lebbink Makelaars. Hij begeleidt dagelijks de aan- en verkoop van landelijke woningen, op plekken waar geen standaard situatie bestaat en waar elke locatie zijn eigen context heeft.
In het buitengebied vraagt de aan- en verkoop volgens Bert om een andere benadering.
“Je komt hier zelden een woning tegen die zomaar op de markt komt.”
Achter elke verkoop zit volgens Bert een eigen aanleiding. Dat kan te maken hebben met veranderingen binnen een gezin, het stoppen met agrarisch gebruik of een nieuwe fase in het leven. Zelden staat zo’n traject op zichzelf.
Buiten wonen: gegroeid én bewust gekozen
In de Achterhoek wonen veel mensen al lange tijd buitenaf. Voor hen is dat geen bewuste keuze geweest, maar iets wat zo is gegroeid.
Tegelijkertijd begeleidt Bert ook regelmatig mensen die heel bewust voor het buitengebied kiezen. Mensen die hier niet zijn opgegroeid, maar zich aangetrokken voelen tot het landschap en de ruimte.
“Mensen uit het westen komen hier niet vanzelf terecht,” zegt Bert. “Die maken echt een overstap.” Ze zijn nieuw in het gebied en moeten hun weg vinden. Volgens Bert gaat dat meestal goed, juist omdat de omgang hier nuchter is. “Mensen zijn niet snel uit op conflict. Dat helpt. Maar je moet het gebied en de mensen wel leren kennen.”
Een gebied met veel gezichten
Het buitengebied van de Achterhoek laat zich niet vangen in één beeld. Het bestaat uit verschillende landschappen, elk met een eigen ontstaansgeschiedenis.
Langs de IJssel, aan de westkant van de regio, liggen boerderijen op kleigrond, vaak groter van opzet en al eeuwen op dezelfde plek. Rond plaatsen als Vorden en Ruurlo bepalen landgoederen en bosgebieden het beeld. Meer oostelijk en zuidelijk, richting de grensstreek, liggen zandgronden en voormalige heideontginningen, herkenbaar aan de rechte wegenstructuur en boerderijen uit het begin van de twintigste eeuw.
“Die ontginningsgebieden zijn nog geen 125 jaar oud,” zegt Bert. “Dat zie je meteen terug in hoe die erven zijn opgezet.” Een typisch Achterhoeks boerderijtype bestaat volgens hem niet. Veel riet, ja. Maar verder is geen plek hetzelfde.










