Levensruimte met leilinden
Ze verruilen een prachtig groot huis, midden in Rotterdam voor een monumentale boerderij in de Betuwe. Maar voordat ze daarin kunnen wonen, moeten ze eerst flink aan de slag. Met bouwtekeningen en monumentensubsidies. Maarten en Renske Krijger over Operatie Steurenburg. “Ik heb te goed mijn huiswerk gedaan.”
.jpg)
Voor de voordeur van de monumentale boerderij drie leilinden. Natuurlijke zonneschermen, vertelt Maarten Krijger. Nodig: de zacht naar beneden lopende tuin ligt pal op het zuiden. Daarin verschillende rozenperkjes. Verderop een eigen boomgaard met Betuwefruit, met daaraan het beschermde dorpsgezicht van Zoelen. Links in de tuinhoek een achthoekig prieeltje uit 1888, ook een monument. Jarenlang staat het naast het woonhuis. Maarten: “De vorige bewoner heeft het in de voortuin gezet, en ja, veel beter.” Hij kijkt er naar uit daar straks in alle rust te zitten, samen met zijn vrouw Renske. Met een glaasje en wat knabbels. Beetje de herenboer spelen. Maar dan moet er eerst nog flink wat gebeuren. In en rondom het huis.
Roep om levensruimte
Want ja, waar beginnen ze aan. Een enorme 18e eeuwse boerderij aanpassen aan de moderne tijd. Ze hebben toch alles wat ze willen in Rotterdam? Een onwaarschijnlijk licht en fijn huis van 240 vierkante meter in Katendrecht. Beschermd stadsgezicht. Ooit een café en winkel. Een dubbel pand met vier meter hoge plafonds. Met een fijne eigen tuin van 70 vierkante meter, en een gemeenschappelijke tuin van 1200 vierkante meter. Vlak bij de binnenstad. Een klusklus als ze het in 2009 kopen. Ja, Maarten heeft handige handjes. Heeft bouwkunde gedaan in Delft, specialisatie restauratie. Hij wordt geen architect, maar start een bedrijfje. Gespecialiseerd in het visualiseren van grote infra- en bouwprojecten. Zodat boeren, burgers en buitenlui over de aanleg en bouw kunnen meedenken en meepraten. Zijn kantoor ligt op wandelafstand van zijn huis. Of hij neemt de watertaxi, nog leuker. Renske heeft een managementbaan in het onderwijs in Zwijndrecht.
Opgesloten
Toch besluiten ze dit alles in te ruilen voor een groots restauratie avontuur in de Betuwe. Veel mensen zouden zich wel twee keer bedenken. Maarten legt hun beweegredenen uit met een grote lach: “Meer leefruimte. Dat je een rondje op je eigen erf kunt lopen. Ik voel me in Rotterdam opgesloten. Buren naast en boven me.” Leuke mensen allemaal, daar gaat het niet om. Maar: “Als je een barbecue wilt aanzetten of feestje geven, dan moet je daarvoor eerst twintig buren daarvan op de hoogte stellen.”
By bye watertaxi!
Kinderen van vergezicht
Hij is geboren in Zoelen, aan de andere kant van het kanaal. “Mijn ouders hadden een sterk onafhankelijkheidsstreven. Die wilden altijd ‘vrij’ wonen.” Zijn vader is architect. Huurt wat hij kan krijgen. Woont een tijd in een huisje aan de dijk in Maurik. Later in een flinke boerderij in Zoelen die ze voor een habbekrats kunnen huren. Als die te koop komt, nee, te huur, verhuist het gezin naar het centrum van Buren. Maarten is dan drie jaar. De boerderij staat er nog, maar nee, geen herinnering. Wel aan zijn tijd in Buren. Die gedachten blijven onrustig rommelen. De vrijheid, de ruimte. Ook bij Renske, opgegroeid in de Hoeksche Waard. Net zoals hij een kind van boerenland en vergezicht. Renske: “Als we kinderen krijgen, gaat het al snel over, goh, waar zullen we die laten opgroeien. We hebben het idee dat buiten de stad daarvoor een fijnere plek is.”
Die zucht naar Levensruimte hebben zijn broer en zus ook, vertelt Maarten. Zij woont al jaren in Erichem, een dorpje vlakbij. Ook in een rijksmonument. Net zoals mijn broer. Renske kent zijn Betuwe-saudade en vindt de boerderij op Funda. Ze gaan onmiddellijk kijken omdat ze dat weekend toch bij vrienden in de buurt zijn. Beiden vallen als een blok voor het huis. Hun kinderen zijn 7, 9 en 11, de lagere school in Zoelen is 50 meter lopen. Renske: “Als we willen verhuizen, dan is dit het moment. Vlak voordat de oudste naar de middelbare school gaat.” Renske vindt al rap een nieuwe baan: rector bij een school in Zetten. Maarten weet: in plaats van met de watertaxi gaat hij straks drie dagen per week forensen.
Geldkamer op een stroomrug
Steurenburg heet de boerderij. “Die vis zwom vroeger nog in de Waal. Daar zal de naam vandaan komen”, denkt Maarten. Zoelen is omringd door stromen en kanalen. Het ligt op een oude stroomrug, een rivierloop met oeverwallen, gekenmerkt door een verhoogde ligging. Zoelen is vernoemd naar een riviertje: de Zoel. Een smal en onstuimig stroompje van een meter breed dat dwars door het dorpje loopt, 20 kilometer landinwaarts richting Zoelmond. Ook Steurenburg ligt op een verhoging. Heel lang geleden staat er al iets van een boerderij op deze plek, weet Maarten. Een schuur voor koeien, met een geldkamer. Dat is een kelder, vaak half ondergronds, met een deur en slot, waarachter de boer zijn geld en waardevolle spullen opbergt. “Deze boerderij is waarschijnlijk gebouwd rond 1850. Als een T-Boerderij ook wel Betuwse boerderij of rivierdwarshuis genoemd.” Dat komt door de vorm: van bovenop lijkt de boerderij op een liggende letter T. Een breed woonhuis met haaks daarop de deel. “Vaak verhoogden de bewoners het woonhuis. Om bescherming te bieden tegen het wassende water of over de dijk heen te kijken als die daar tegenaan is gebouwd.”
“De zucht naar Levensruimte”
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)

.jpg)
.jpg)